De Productie
Alcohol
Herkomst en samenstelling
In vroegere tijden was de kwaliteit van (drink)water slecht.
Daarom was men
vaak aangewezen op het drinken van zwak-alcoholische dranken.
Heel lang
waren wijn en bier de enige alcoholhoudende dranken. In de
17de eeuw
begonnen gedistilleerde dranken met een hoger alcoholpercentage
langzamerhand hun intrede te doen. In de 19de eeuw kwam grootschalige
productie op gang.
Productie
Veruit de meest voorkomende alcohol in dranken en voedsel
is ethylalcohol
(ethanol). Als in relatie tot voeding over alcohol wordt gesproken,
wordt
altijd ethylalcohol bedoeld. Alcohol wordt geproduceerd door
omzetting
(gisting of fermentatie) van koolhydraten. Bij wijn zijn vruchtensuikers
uit fruit omgezet, bij bier zetmeel uit granen. Bij het omzettingsproces
worden ook kleine hoeveelheden foezelalcoholen gevormd. Van
deze
alcoholen is methanol berucht omdat overmatig gebruik daarvan
tot
blindheid leidt. Methanol komt overigens nauwelijks of niet
voor in de
in Nederland verkrijgbaar dranken.
Door fermentatie of gisting is een alcoholpercentage te bereiken
van
maximaal vijftien procent. Dranken met een hoger alcoholpercentage
worden gemaakt door de alcohol uit gegiste vloeistoffen te
distilleren.
Sherry en port zijn wijnen waaraan extra alcohol is toegevoegd.
Voedingsstoffen
Behalve alcohol en vocht leveren veel alcoholhoudende dranken
ook
koolhydraten. De hoeveelheid is zeer variabel: van drie tot
vier gram
per honderd gram voor dranken als bier en rode wijn tot circa
dertig
gram per honderd gram voor likeuren. Deze koolhydraten zijn
altijd
suikers, behalve bij bier, dat bevat ook wat zetmeel. Bier
en wijn bevatten
ook wat mineralen en B-vitamines. Deze hoeveelheden zijn echter
zo
gering dat ze geen noemenswaardige bijdrage leveren aan de
voeding.
< Ga naar vorige pagina >
|